Eu nu mai sunt un om sarac (NL)

Hoeveel levens zijn er intussen voorbijgegaan?!

Ik was een rusteloos kind. “Wie ben ik?” “Waar kom ik vandaan?” “Waar ga ik naar toe?” Die vragen maalden rond en rond in mijn hoofd. Ik kwam net uit het ei gekropen, met het dons nog nat en ik dacht de strijd met het leven aan te gaan.

Zonder iets van het leven te weten, ging ik op 23-jarige leeftijd de confrontatie aan, met jeugdige bravoure. Eerst trouwde ik, zonder te weten wat een huwelijk inhoudt. En, om de vergissing compleet te maken, wist hij net zo veel van het leven als ik. Vervolgens liet ik mijn wortels in de steek. Ik negeerde hun levenssap, ik lasterde hun kennis en ik vertrok om te studeren en wonen in een land waarvan ik niets wist; waarvan ik de taal niet kende, de tradities niet en de cultuur niet… Pas later begreep ik dat mijn wortels thuis waren gebleven. En dat de jammerende pijn van de amputatie me altijd zal blijven volgen, waar ik ook ga.

Het leven heeft me laten zien dat zij de leiding heeft over mij en mijn kleine bestaan. Het veegde al mijn illusies weg met het gemak van een golf die zandkastelen kapot slaat op het strand. Het maakte me duidelijk dat de as waarop ik mijn leven probeerde te herbouwen gemaakt was van Manole’s klei. [Noot van vertaler: Manole is een meesterbouwer uit een Roemeense legende. In de legende werkt Manole aan de bouw van een groot klooster waarvan de muren steeds afbrokkelen]

Inmiddels zijn er zijn tien jaar verstreken… Op een dag besefte ik dat ik heb geleerd om iets duurzaams op te bouwen en dat ik genoeg ben gegroeid om de strijd met het leven aan te gaan! Ik heb geleerd dat mijn angst en paniek rond de vraag “Waar ga ik heen?” hun oorsprong hadden in het niet weten te beantwoorden van de vragen “Wie ben ik?” en “Waar kom ik vandaan?” Vandaag weet ik precies wie ik ben en waar ik vandaan kom, omdat ik geleerd heb lief te hebben. Ik weet van wie ik houd en wie van mij houdt. Vandaag heb ik in mijn
borstzak een met hart en ziel beschreven visitekaartje, waarop elk woord mij vertegenwoordigt.

Ik weet nu hoe te vechten, hoe te sterven en hoe herboren te worden uit het vuur dat me doodde. Ik heb geleerd dat het leven een voortdurende strijd is, in verschillende etappes. Eerst vechten we om onszelf te ontwikkelen, om te groeien als MENSEN, om onze principes en waarden te ontwikkelen en de vragen te beantwoorden: ‘Wie ben ik?” en “Waar kom ik vandaan?” En wanneer we de antwoorden hebben gevonden, wanneer we voor onze eigen principes en beslissingen kunnen staan, dan beginnen we met vechten om onszelf te blijven ondanks de stormen van het leven en de stenen die naar ons worden gegooid. Om onze zielen flexibel te houden, om in staat zijn om emoties en schoonheid te ervaren, om te lachen en te huilen! Om in staat te zijn om meer schoonheid, meer licht, meer leven in ons op te nemen!

En alleen de toegeeflijkheid van een glimlach zal van tijd tot tijd de wijsheid van onze gerijpte ziel verraden. We zullen weten hoe het kaf van het koren te scheiden, hoe ons te voeden met het goede en mooie en verder te gaan. We zullen begrijpen dat we niet tegen onwetendheid kunnen vechten. En ook niet tegen de weerstand van degenen die zichzelf en het leven nog niet begrijpen. We kunnen geen ogen geven aan hen die niet willen zien en geen oren aan hen die niet willen horen. We moeten een zekere emotionele volwassenheid bereiken om te begrijpen wat ons levensdoel is… Dit heeft niks te maken met leeftijd en alles met levenservaring – het meest kostbare wat er is, helaas kunnen we die niet aan anderen overdragen – met onze beproevingen en de manier waarop we leren die te doorstaan, leren te vergeven, onszelf te vergeven…

Iedereen leert de lessen in zijn eigen tempo. En niemand heeft precies dezelfde lessen gehad, omdat er geen gestandaardiseerd schoolvak bestaat dat ‘Leven’ heet. Soms ontwikkelen we ons meer van de ene op de andere dag dan in een heel mensenleven. Soms is een mensenleven niet genoeg… Maar ik geloof niet dat er een mens bestaat die niet van tijd tot tijd zijn hoofd stoot tegen de muren van het ongeluk. In ieder geval niet als het om de liefde gaat. De liefde trekt zich niks aan van sociale klasse, bankrekening, huidskleur… De liefde is waarschijnlijk de moeilijkste les voor jonge mensen (en niet alleen voor hen). Een oorlog waaruit velen verminkt en met littekens voor het leven terug keren. Te weinig mensen winnen de eerste strijd.

Vandaag weet ik dat ik niet arm meer ben en ik zal het nooit zijn! Zelfs als er lange tijd geen gerinkel in mijn schatkist zal klinken, dan is de schatkamer van mijn ziel nog steeds goed gevuld met voorraden levenservaring die me zullen beschermen tegen koude en honger in de moeilijkste tijden! Ik heb geleerd om mijn ziel te vullen met schoonheid! Dit is mijn werkelijke rijkdom, de enige die ik gebruik, en geen enkele monetaire inflatie zal die ooit van me af kunnen nemen.

Malina Teodorescu Balcesti

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*
rss feed